Punt 1
Boerderij "de Neeth" familie Sonderlo - Neethweg
Boerderij De Neeth was eigendom van de familie Sonderlo, bestaande uit Johan, Hanna, hun zoon Wim en Hanna’s moeder, Leida Lammers-van Eerden.
Anno 2025 wonen er de jongste zoon van Johan en Hanna; Theo met zijn vrouw in het nieuwe huis naast de boerderij. Kleindochter Christel woont in de oorspronkelijke boerderij met haar gezin.
Op 12 januari 1943 arriveerden 460 evacués uit Scheveningen in Aalten. Scheveningen was door de bezetter tot ‘Sperrgebiet’ verklaard, en de inwoners moesten hun huizen verlaten. Enkele maanden daarvoor hadden de inwoners van Aalten een formulier ontvangen waarop ze moesten aangeven hoeveel kamers ze beschikbaar hadden. Op basis daarvan werden de evacués verdeeld en bij gezinnen ondergebracht.
Net als veel andere boerderijen in Barlo bood ook De Neeth onderdak aan evacués. Omdat er vaak te weinig ruimte was, werden families soms gesplitst. Bij de familie Sonderlo trok het echtpaar Dit en Jan Staal in, samen met hun zoon Jantje. Hun andere zoon werd elders ondergebracht, bij de familie Luiten van de Greute. Het gezin bleef in Barlo tot en met de bevrijding.
Niet alleen evacués, maar ook Duitse militairen werden ingekwartierd. In Barlo gebeurde dat onder andere bij Lubbers van ’t Markelink, Westerveld van ‘t Wolterink aan de Ligterinkweg, en bij Sonderlo de Neeth. Deze drie militairen werkten bij het zoeklicht, dat op de hoek van de Ligterinkweg en de Nijhofsweg stond opgesteld.
Aanvankelijk moesten de Sonderlo’s niets hebben van het idee een Duitse militair in huis te nemen. Maar na wikken en wegen. en een lijstje met voor- en nadelen, besloten ze toch in te stemmen. Voordeel was dat ze dan geen andere militairen toegewezen kregen én dat de stroomvoorziening op de boerderij bleef werken. Bovendien stond deze specifieke soldaat, Fritz Haufsler uit Sachsen, bekend als betrouwbaar. Hanna bleef echter op haar hoede. Fritz merkte later lachend op dat ze in het begin altijd zo ‘lelijk’ naar hem keek wanneer hij binnenkwam. Maar langzaam groeide er iets van begrip. Fritz, die zelf een boerenbedrijf had, hielp op de boerderij en de kleine Wim stal al snel zijn hart. Het was duidelijk dat hij niets van de oorlog moest hebben. Sterker nog, hij was niet vrijwillig gegaan, een buurman had hem aangegeven.
Het zoeklicht was in feite een enorme verrekijker, zo sterk dat je in Lichtenvoorde de tijd kon aflezen op de klok van de katholieke kerk. De Duitsers gebruikten het om overvliegende Engelse vliegtuigen te tellen.
Omdat ze dag en nacht bij het zoeklicht moesten blijven, wisselden de militairen elkaar af.
Naarmate de tijd verstreek, leerde de familie Sonderlo Fritz beter kennen en waarderen. Hij bleek niet alleen behulpzaam, maar ook loyaal. Hij wist geregeld kleine gunsten voor de familie te regelen. Zo hoefde de radio niet ingeleverd te worden: Fritz plakte er simpelweg zijn naam op. Kippen die geleverd moesten worden? Hij zorgde ervoor dat dat niet gebeurde. Tabak- en suikerbonnen? Die kwamen in de keuken van De Neeth terecht. Zijn slaapkamer was een veilige plek: op de deur stond Achtung! ‘Deutsche Wehrmacht’! en geen enkele controleur durfde zonder toestemming binnen te komen. Dit kwam goed van pas op dorsdagen, wanneer de zakken achterovergedrukt graan ineens een nieuwe bestemming vonden, Fritz’ kamer.
Hoewel Hanna hem aanvankelijk argwanend had bekeken, ontstond er gaandeweg een vriendschappelijke sfeer. Fritz nam zelfs enkele Barlose uitdrukkingen over. Als hij in de verte zijn collega’s zag aankomen, waarmee hij ’s avonds soms naar Lichtenvoorde ging, riep hij lachend: “Daor komt die vieze moffen ok waer an!”
Op een dag kreeg Fritz verlof. Hij wist dat hij daarna zou worden overgeplaatst. Hij nam afscheid van de familie, en op één kaartje uit Apeldoorn na, hebben ze nooit meer iets van hem gehoord.
Zijn verhaal laat zien dat niet alle Duitsers uit overtuiging vochten. Ook zij hadden geen keuze en probeerden er het beste van te maken. Voor hen gold hetzelfde: niemand was te vertrouwen, en wie argwaan wekte, liep groot gevaar.