U bent aangekomen bij punt 3 boerderij de Schaarheide aan de Schaarsdijk.

Boerderij De Schaarheide was eigendom van de familie Te Bokkel bestaande uit Johan, Gerritje en Albert te Bokkel. Vanaf 1940 voerden de Duitse bezetters steeds strengere maatregelen in tegen Joden, waaronder beroepsverboden, gedwongen verhuizingen en onteigeningen. De Joden werden vanaf april 1942 verplicht een Jodenster te dragen.

Ondertussen namen de beruchte deportaties een aanvang. Veel Jodenkregen een oproep dat ze zich moesten melden voor de ‘tewerkstelling’ in Duitsland.

Het gevolg was dat veel Joden hun huizen uitvluchten en ergens onderdak probeerden te vinden.

Zo besloten ook de broers Julius en Izak Van Gelder met hun gezinnen tevluchten. Na enkele omzwervingen klopten ze ’s nachts aan bij de familie Johan te Bokkel in de Schaarheide en vroegen om onderdak. Na overleg met zijn vrouw Gerritje zei hij: ‘De Heer heeft jullie hier naartoe gestuurd, nu moeten wij jullie beschermen’. Izak bleef de rest van de oorlog, met zijn vrouw Truus en oma van Gelder bij de familie Te Bokkel.

Toen op een dag het gerucht ging dat er in alle boerderijen invallen doorde bezetters werden gedaan, moest de familie Van Gelder alles in hun kamertje snel opruimen en de kast leegmaken. Daarna verdwenen Izak, Truus en moeder om drie uur ’s nachts in de rogge. Hier bleven ze tot de volgende avond. De volgende dag kwam ome Jan Wikkerink, de leider van het Aaltense verzet, melden dat ze zich opnieuw moesten verstoppen. Oma Van Gelder, een vrouw van 82, die niet meer altijd helder van geestwas, zei: ‘wat heb ik gedaan dat ik in de rogge moet zitten’.

Soms kwam een inval ook onverwachts. Zoals op een dag toen er een ‘zwarte’ (scheldwoord voor de NSB-er) binnenkwam en de familie Van Gelder, in de haast weg te komen, hun gebedenboek op tafel lieten liggen. De man liep het hele huis door en iedereen wachtte in spanning af of hij het boek zou opmerken. Het boek bleef onopgemerkt en toen de man vertrok, ging er een zucht van verlichting door de mensen.

Een andere keer losten ze het op door oma in bed te stoppen, drankje op de stoel ernaast en Truus die lichtblond was en niet zodanig als Joodse te herkennen was, zat naast haar om haar te verzorgen.

De familie Van Gelder had bij de familie Te Bokkel relatieve vrijheid in tegenstelling tot veel Joden die ondergedoken waren, konden ze geregeld naar beneden om bij de familie te zijn. Dit was mede mogelijk door de geïsoleerde ligging van de boerderij en de slechte infrastructuur. Slechts een hobbelig en modderig pad leidde naar de boerderij, wat vooral in de winter de toegang bemoeilijkte. Hierdoor was de kans op een onverwachte overval klein.

Izak, Truus en oma van Gelder zijn de oorlog veilig doorgekomen dankzij de bijzondere kalmte en het vertrouwen en geloof van de familie Te Bokkel.