Familie Te Lindert – omgeving Groot Deunkweg ‘Bosman’

De boerderij Bosman werd bewoond door de familie Te Lindert: vader Hendrik, moeder Hanna, hun zonen Johan en Willem en dochters Hanna en Sien. In en rondom hun boerderij gebeurde veel. De bewoners schuwden hun ‘opdracht’ in het leven niet. Ze waren mensen van weinig woorden, maar met des te meer daden. Het kwam zelden voor dat een heel gezin betrokken was bij het verzet. Bij Te Lindert was dit wél het geval. Ze bleven er opmerkelijk rustig onder. Het motto van vader Hendrik was: ‘Den Mof zovölle möge’lijk schade too brengen.’

Het Verzetswerk

Zoals eerder genoemd had de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) vertakkingen naar diverse andere verzetsgroepen. Een belangrijke nevenorganisatie waren de KP’s (Knokploegen): groepen jonge mensen die de harde kern van het verzet vormden. Zij voerden de gevaarlijkste taken uit, het zogeheten ‘vuile werk’. Denk aan het beroven van distributiekantoren, het uitschakelen van gevaarlijke tegenstanders en andere risicovolle acties. De KP’s opereerden volledig illegaal, maar kregen steun van jongens uit de omgeving die een militaire opleiding hadden gevolgd en af en toe opdrachten uitvoerden.

In Barlo was Johan Onnink commandant van de lokale verzetsgroep. Hij leidde een twintigtal actieve leden binnen de LO. De KP-Aalten speelde een centrale rol in het Achterhoekse verzet. De oprichter, Cornelis Ruizendaal, bijgenaamd ‘Zwarte Kees’, kwam in juli 1942 als gemeenteveldwachter naar Aalten. Hoewel hij later postcommandant werd, bleef hij zich inzetten voor het helpen van Joodse landgenoten. Na verraad dook hij onder, trok van boerderij naar boerderij en hielp zoveel mogelijk onderduikers. Dankzij zijn inzet ontstond de KP. Ome Jan Wikkerink uit Aalten werd de nuchtere realist van de groep. In Barlo was Hendrik te Lindert de onbetwiste leider van de verschillende acties.

Bij de familie Te Lindert zaten meerdere onderduikers, waaronder een Joods kind: Sallo van Gelder. In de laatste zes weken van de oorlog bevonden zich zelfs Engelse piloten op hun boerderij. Er werd illegaal naar de radio geluisterd, in de hoop codeberichten op te vangen over komende verzetsacties.

Door een verzetsactie kreeg de familie onverwachts bezoek van een SS’er en een landwachter. Het lukte niet om Sallo op tijd te verstoppen. Vader Hendrik Te Lindert, schoonzoon Hendrik Hengeveld en Derk Jan Te Linde werden opgepakt. De familie kreeg te horen dat Sallo binnen veertien dagen moest worden afgeleverd bij de SD in Arnhem, anders zou het huis worden opgeblazen. Een non smokkelde Sallo uiteindelijk onder haar rokken weg bij het station. Hij werd later teruggebracht naar Aalten.

De drie opgepakte mannen werden eerst naar kamp Amersfoort gebracht en later naar Vught. Vlak voor Kerst keerden ze terug naar huis. Voor Hendrik Te Lindert liep het echter anders. Op het station werd hij opnieuw opgepakt, overgebracht naar de Koepelgevangenis in Arnhem en later gedeporteerd naar concentratiekamp Neuengamme. Na de bevrijding ontving de familie het bericht dat hij daar op 10 november 1944 was overleden. Hendrik was een man die deed wat nodig was in een tijd waarin alles anders was. Een tijd die wij, naoorlogse generaties, ons nauwelijks kunnen voorstellen.

Zijn moed en onverschrokkenheid waren kenmerkend voor deze familie.