Punt 5
Engelse Piloten - Straksweg / Groot Deunkweg
Boer Jan Brusse van ‘Nieuw Pakkebier’, Groot Duenkweg uit Barlo, die actief was bij het Lichtenvoordse verzet, bracht in de laatste maanden van de oorlog twee Engelse piloten onder bij de familie Te Lindert van Bosman. Over hun omstandigheden was bij de familie Te Lindert weinig bekend, maar ze werden geaccepteerd, verzorgd en kregen een schuilplaats op de boerderij. Ze moesten voorzichtig te werk gaan, omdat er ook Duitse militairen op de boerderij waren ingekwartierd. Johan Te Lindert gaf de jongens zoveel ‘lucht’ als mogelijk was en ze mochten ‘s avonds, wanneer het veilig en rustig was, af en toe bij de familie in huis zitten. Dit zorgde voor hilariteit en afleiding door de taalbarrière. Toch werd het op een gegeven moment te gevaarlijk om de jongens nog langer op de boerderij te verbergen. In de buurt van de familie Brusse van ‘Nieuw Pakkebier’ was in een klein bos een schuilhol in de grond gegraven. Daar werden de piloten naartoe gebracht en de problemen leken voorlopig opgelost.
Boer Wildenbeest werkte op een akker naast het bewuste bos met paard en ploeg, toen hij opschrok van iemand die riep: ‘De zwarten!’ Het paard werd snel uitgespannen en Wildenbeest rende naar de plaats waar hij het schuilhol onder de Op zekere dag was boer Wildenbeest van ‘Bullens’ aan het werk op zijn mestvaalt wist. Hij sprong erin en zocht in het aardedonker naar een geschikte zitplaats. Toen raakten zijn tastende handen een schoen en daarna een knie. Hij schrok enorm en vroeg zich vertwijfeld af of het om een vluchteling ging of de vijand.
Eindelijk verbrak hij de stilte en zei: ‘Bi’j ‘Brusse’ bunt ‘de zwarten’ ok weer bezig.’ Er kwam echter geen antwoord. Wildenbeest voelde zich bepaald niet veilig meer en dacht: ‘Ik moet weten wie dat zijn.’ Hij stak een lucifer aan en zag twee gezichten: het ene grimmig wit met een zwart snorretje, het andere gezellig dik en goedlachs. De korte kennismaking was voorbij. Omdat de mannen bleven zwijgen, kwam Wildenbeest tot de conclusie dat het hier waarschijnlijk om Engelsen ging. Hij realiseerde zich dat hij snel weg moest. Mocht men hem daar vinden, dan zou het met hem ook helemaal mis zijn. Dat de ontmoeting voor de Engelsen ook spanning veroorzaakte, is begrijpelijk. Toen hen eten werd gebracht, vroegen ze of ze terug mochten naar de boerderij. Voor de familie Te Lindert was het ook een raadsel wie de ongenode gast had kunnen zijn, en het leek hen beter om de jongens weer naar de schuilplaats bij de boerderij te brengen.
Pas na de bevrijding werd het raadsel opgelost. De familie Te Lindert vernam toen pas dat Wildenbeest de Engelsen de schrik van hun leven had bezorgd. Hij had overigens wel geluk gehad, want de piloten hadden zich voorgenomen iedereen die in hun buurt kwam, een kopje kleiner te maken.
De piloten zijn bij de bevrijding met de Tommy’s meegegaan. Wildenbeest heeft later voor een paar dagen op het bedrijf van de familie Te Lindert gewerkt, zodat zij naar Engeland konden gaan om de jongens op te zoeken. Er is, zolang ze leefden, contact geweest tussen de Engelsen en de familie Te Lindert. Een zoon van Stan Hanson, een van de twee piloten, is vernoemd naar zoon Johan Te Lindert, een feit waar hij trots op was. Stan Hanson heeft ook het boek Sprong in het duister geschreven, waarin de belevenissen van de beide piloten worden beschreven.