Punt 7
Monument L. Pulfrey - Gandvoortweg
U bent aangekomen bij punt 7 van de route. Hier bevindt zich het gedenkteken van Leslie Pulfrey.
Leslie groeide op in Sheffield, Engeland, en werkte bij de politie. Het oorlogsgeweld, de slachtoffers en de verwoestingen raakten hem diep. Hij besloot zich aan te melden als vrijwilliger bij de RAF, de Britse Royal Air Force, om deel te nemen aan operaties tegen Duitsland. Na een opleiding als boordschutter en bommenrichter voltooide hij de verplichte 23 missies. Hij meldde zich echter opnieuw aan voor een reeks vluchten, wat niet gebruikelijk was, maar hij wilde blijven bijdragen. Het 550 Squadron (North Killingholme) werd zijn nieuwe eenheid. De vijfde vlucht, op 16 en 17 juni 1944, zou echter zijn fatale vlucht worden, aan boord van de Lancaster BQ-V/ME840.
Roy Kay was de enige overlevende van de crash. Hij werd met behulp van het Nederlandse verzet op 22 september 1944 naar Engeland gebracht, waar hij een rapport opstelde met zijn bevindingen. In dat rapport schrijft hij onder andere: Het doel van de missie was het bombarderen van fabrieken in Sterkrade (bij Essen, Duitsland), die synthetische olie produceerden voor de Duitse oorlogsindustrie. Het zicht was slecht, waardoor ze later dan gepland opstegen. De Lancaster bommenwerper werd onder vuur genomen door een Duitse nachtjager. Motor 2 vatte vlam en daarna ook de brandstoftanks 1 en 2. “Aircraft was doomed,” schreef Roy Kay in zijn verslag. Hij pakte zijn parachute, zette nog enkele blussers in werking en ontsnapte via het voorste luik. Buiten de officiële rapportage heeft hij er nooit meer over gesproken.
Het toestel stortte neer bij de boerderij Oude Lieftink, aan de Twenteroute 3, Heelweg, in het buitengebied van Varsseveld. In en rondom het wrak werden vijf dode bemanningsleden aangetroffen.
Leslie Pulfrey was bommenrichter en lag onderin de Lancaster. Toen de brand uitbrak, kon hij als eerste het vliegtuig verlaten via een eigen ontsnappingsluik. ‘s Morgens om 6.00 uur werd hij gevonden door Johan van Eerden van de Smol, in een weiland nabij de Pas, aan de huidige Gandvoortweg. Johan ging snel naar Van Eerden van ’t Ruwhof, en zoon Gerrit van Eerden van ‘t Ruwhof ging met hem mee. Leslie’s parachute was opgebold in de wind en gescheurd. Hij lag met zijn gezicht in het gras. Johan draaide hem om en voelde dat zijn lichaam nog warm was, maar toen de dokter een uur later arriveerde, bleek hij al overleden. De koorden van de parachute waren in de knoop geraakt en deels verstrikt om zijn nek. Gerrit van Eerden deed het horloge van Leslie af en las de naam: L. Pulfrey. Die naam zou hij nooit meer vergeten.
Omstanders raadden hem aan het horloge weer om te doen, omdat het anders als lijkschennis beschouwd kon worden. Gerrit had het horloge graag bewaard om het na de oorlog aan de familie van Leslie te overhandigen, maar de familie heeft nooit iets van Leslie teruggekregen, ook het horloge niet.
De mannen van de Aaltense politie, die het lichaam kwamen ophalen, gingen onzorgvuldig om met het lichaam. Gerrit van Eerden, zijn vader en Kraaijenbrink van de Kolstee spraken hen aan op hun respectloze gedrag. Dit was terecht, maar men moest voorzichtig zijn, aangezien velen aan de verkeerde kant stonden.
Het lichaam van Leslie werd naar het dodenhuisje op de begraafplaats Berkenhove gebracht. Uiteindelijk werd hij begraven bij zijn kameraden op de Algemene Begraafplaats in Varsseveld.
Zijn familie heeft een mooie tekst op zijn graf laten plaatsen:
Deep in our hearts. His memory is kept,
We smile with the world, But never forget.
Op 17 juni 1999 vond een ontroerende gebeurtenis plaats, toen een Fly-By Missing-Man Manoeuvre, ook wel een Memorial Flight genoemd, werd uitgevoerd. Vier F-16 straaljagers van het 313 Squadron Twente vlogen over de locatie waar hij overleden was. Ter plaatse brak één van de vliegtuigen uit de ‘diamantsformatie’ en steeg stijl omhoog, alsof het de hemel in vloog. In 2014 werd deze indrukwekkende herdenking opnieuw georganiseerd tijdens een bescheiden ceremonie.