Het verhaal van de familie Van Eerden van ‘t Ruwhof is er een van moed, opoffering en bescherming in de donkere dagen van de Tweede Wereldoorlog. De familie, bestaande uit vader Gerrit, moeder Dina en hun kinderen Drika, Gerrit, Johan, Christien, Sine, Henk en Wim, woonden in de boerderij aan de Barloseweg, nabij ‘t Villeken. Dit was niet zomaar een boerderij; het was een plaats waar geloof, hoop en liefde, maar ook strijd en moed samenkwamen.

Gedurende de oorlog werd de boerderij van de familie Van Eerden een belangrijk trefpunt voor verzetsstrijders en onderduikers. Er vonden geheime vergaderingen plaats, er werden kerkdiensten gehouden, en plannen gesmeed om het verzet tegen de Duitse bezetter voort te zetten.

Johan van Eerden, de tweede zoon, was al vroeg actief in het verzet. Later sloot ook zijn oudere broer Gerrit zich aan. Rond 1943 werd er, in een schuilhol dat was aangelegd door ome Jan Wikkerink, een soort ‘arbeidsbureau’ ingericht. Hier begon het verzet met het vervaardigen van valse papieren, zodat onderduikers en illegalen een nieuwe identiteit konden aannemen.

Vlak bij de boerderij stond destijds zelfs een Duits kanon; een 88 mm FLAK-geschut. Eén van de poten daarvan is nog altijd zichtbaar, bij de ingang achter de postbussen, als stille herinnering aan die tijd.

De spanningen rondom de boerderij namen toe, en op 9 oktober 1944, kort voor de bevrijding, volgde een overval. De aanleiding hiervoor was het verraad van een onderduiker genaamd Frits.

Hoewel hij vooraf was gescreend door ome Jan Wikkerink, hadden ze direct een onheilspellend gevoel bij deze man, die verder niemand kende. Omdat het wantrouwen bleef, werd besloten hem, samen met een andere onderduiker, Joop, naar de Haart te brengen naar een veiligere plek.

Onderweg werden ze echter aangehouden door de Landwacht en de WA (Weerbaarheidsafdeling), die hen al stonden op te wachten. Frits had hen verraden. Joop werd als gevangene meegenomen, terwijl Frits werd overgedragen aan de WA.

Vader Van Eerden en zijn zoon Gerrit waren op dat moment aan het werk op het land en hadden geen idee van de op handen zijnde overval. Pas toen de overvallers opdoken, beseften ze dat er iets mis was. Ze verscholen zich in de dichte struiken en overlegden wat ze moesten doen. Toen verscheen er plotseling een man uit de mist, die hen aanspoorde te vluchten naar een buurman aan de overkant van de weg. De man verdween even snel als hij was gekomen. Ze hebben hem nooit meer gezien en nooit meer iets over hem gehoord. De familie Van Eerden beschouwde zijn verschijning als een bescherming door een wonder.

Toen de overvallers de boerderij bereikten, werd moeder Van Eerden vastgehouden en onder bedreiging van een vuurwapen gedwongen te zeggen waar haar man en zonen zich bevonden. Ze zweeg echter en kon alleen nog maar bidden.

Dochter Christien probeerde te ontsnappen op de fiets, met een fietstas vol munitie. Tijdens haar vlucht viel er een handgranaat uit haar tas, maar dit werd niet opgemerkt en ze werd verder niet gecontroleerd.

De aanwezige verzetsstrijders vluchtten weg. Twee van hen, de broers Johan en Willem Wikker, konden echter niet snel genoeg wegkomen. Uiteindelijk wisten ze zich te verkleden in Scheveningse klederdracht en konden zo ongemerkt vertrekken, arm in arm, alsof ze twee oude vrouwen waren die op weg waren naar de buren.

De overvallers konden niets vinden en dreigden moeder Van Eerden dat haar man en zonen thuis moesten zijn als ze terugkwamen. Anders zou de boerderij worden opgeblazen.

Het is bijzonder dat de familie Van Eerden ongedeerd bleef, ondanks de uiterst gespannen situatie. Na de overval was het echter niet langer veilig voor hen op ’t Ruwhof. Ze vonden onderdak bij de familie Luiten van Greutens Willem, de jongste zus en zwager van vader Gerrit van Eerden, waar ze even op adem konden komen.

Ondanks alle spannende momenten en de voortdurende dreiging, is het verhaal van de familie Van Eerden er een van overleven, veerkracht en doorzettingsvermogen.

Omdat er tijdens de bevrijding op 31 maart 1945 veel Duitsers op en rond het erf verbleven, werd de boerderij van de familie Van Eerden, evenals de schuur van buurman Johan Van Eerden van de Smol, door de geallieerden in brand gestoken.

Gelukkig overleefde de familie deze zware periode en mocht uiteindelijk de bevrijding verwelkomen. Er werd een noodwoning voor hen gebouwd, en enkele jaren later verrees de boerderij die er vandaag de dag nog steeds staat.

Het verhaal van de familie Van Eerden is een getuigenis van moed, bescherming en het verlangen naar vrijheid in tijden van oorlog. Het herinnert ons aan de kracht van gemeenschappen die samenkwamen om de waarden van rechtvaardigheid en vrijheid te verdedigen, zelfs in de donkerste tijden.