Punt 10
't Gebouw - Kern Barlo
Bij aankomst in de kern Barlo valt op dat, afgezien van het ‘Meistershuus’, het voormalige woonhuis van de familie Weenink, veel is veranderd. Op de plek waar nu dubbele bungalows met gele stenen staan, bevond zich vroeger de school onder leiding van meester Weenink. Achter deze locatie stond ‘t Gebouw’, het gemeenschapshuis van de buurtschap, en tegenover dit gebouw lagen de woning en de kruidenierswinkel van de familie Onnink. Daarnaast waren er enkele verspreid liggende boerderijen; dat was de buurtschapskern zoals het ooit was.
In het gebouw aan de Markerinkdijk waren al vanaf half november 1940 Duitsers ingekwartierd, de zogenoemde ‘Fallschirmjagers’. Bij de familie Onnink was door de Duitsers een ‘Schreibstube’ ingericht.
Bij Onnink kwamen de Scheveningse evacués vader en zoon Jan van der Zwan in huis. De dochters waren eveneens in Barlo ondergebracht bij de familie Luiten Swietink aan de Markerinkdijk. Vader was weduwnaar en had zijn beroep als visser opgegeven en werd groenteboer om zodoende meer thuis bij de kinderen te kunnen zijn. Ook in Barlo duurde het niet lang of hij had werk in Bredevoort bij de Dutch Button Works. Zoon Jan van twaalf vermaakte zich prima bij Onnink en stak als het nodig was de handen uit de mouwen.
In de Duitse ‘Schreistube’ zat een wat nurkse Duitser waar niemand echt contact mee had. Jan en de Duitser konden echter goed met elkaar overweg en Jan zat menige keer bij hem op z’n kantoor.
Op 20 januari 1945 vroeg Anna Onnink-Vreeman aan Jan of hij even naar Aalten wilde gaan om op het distributiekantoor de lijst op te halen waarop de bonnen vermeld stonden die de aanstaande week geldig waren in de winkel. Jan kwam terug en gaf het briefje aan Anna af. Daarna vertrok hij naar het kantoor van de Duitser. Daar klonk even later een harde knal.
Jan bleek de revolver gepakt te hebben om die te bekijken. Deze was echter geladen en Jan schoot zichzelf per ongeluk dood. Een drama dat nooit te vergeten is.
Jan ligt begraven op begraafplaats Bekenhove. Vader van der Zwan kwam tot zijn dood jaarlijks langs bij de familie Onnink. Bij die gelegenheid bracht hij altijd een bezoek aan het graf van zijn zoon.
Na de hervatting van het dagelijks leven in mei 1940 gingen ook de scholen weer open en werden de lessen hervat. Toch werden er allerlei beperkingen opgelegd aan wat wel en niet gelezen en onderwezen mocht worden. Binnen de beslotenheid van het klaslokaal ging de onderwijzer grotendeels zijn eigen gang. Door de brandstofschaarste mochten de kinderen bij zeer koud weer naar huis. Bij luchtalarm kropen ze onder de banken of gingen plat op de grond liggen. Als luchtalarm zich regelmatig voordeed, mochten de kinderen naar huis. Deze omstandigheden hadden een negatieve invloed op het onderwijs. Om toch de verplichte lesstof te kunnen verwerken, kregen de kinderen vaak huiswerk mee. Rond oktober 1944 werd de school gevorderd en werden er Duitse militairen ingekwartierd. Hierdoor was er geen ruimte meer voor de kinderen, die zich vervolgens over verschillende gezinnen in Barlo verspreidden en waar ze het onderwijs alsnog kregen van hun eigen leerkracht.
Zoals vermeld woonde meester Weenink met zijn gezin van veertien kinderen in het grote ‘Meistershuus’, naast de school die door de Duitsers was ingenomen. Een van hun zonen verbleef eerder dat jaar in Den Haag, bij station Bezuidenhout, en werd daar dodelijk getroffen door een vallende muur bij een bombardement. Dit was een enorm verdriet voor de familie.
Op 30 maart 1945, toen het luchtalarm afging, stuurde meester Weenink zijn kinderen naar schuilkelders buiten de kern van Barlo, omdat hij het daar veiliger achtte. Acht van de kinderen gingen met hun moeder naar de familie Lubbers op boerderij ‘t Markelink, terwijl vijf andere kinderen onderdak vonden in de schuilkelder bij boerderij Nijhof. Tijdens de gevechten vloog de schuilkelder in brand. Naast het echtpaar Elfers uit Scheveningen verloren ook de vijf kinderen van de familie Weenink het leven. Dit onbeschrijfelijke verdriet werd gedeeld door de gehele gemeenschap, die intens met de familie meeleefde.
U zult hier meer over horen bij het laatste punt, bijna aan het eind van de tocht.