U bent aangekomen bij de Nijhofsweg, bij de villa waar tijdens de oorlog de welgestelde familie Nijhof woonde.

Het is 30 maart 1945. De geallieerde troepen rijden Aalten binnen. Aalten en zijn buurtschappen, waaronder Barlo, worden bevrijd. De gemeente heeft inmiddels een nieuw bestuur gekregen, gevormd door afgevaardigden van illegale verzetsorganisaties. De bevrijding lijkt eindelijk werkelijkheid te worden.

De Duitse troepen trekken zich steeds verder terug. In alle haast proberen ze materieel en munitie mee te nemen. Ze komen de Nijhofsweg op en vanuit de lucht komen geallieerde bommenwerpers aanstormen.

Er wordt die dag hevig geschoten in de hele omgeving. Bij boer Te Brinke staat het erf vol met Duitsers, opgejaagd en opgefokt. Vanuit alle richtingen stromen ze toe. Sommigen trekken snel verder, maar anderen zoeken in paniek naar een schuilplaats. Enkelen duiken zelfs de schuilkelders in van omwonenden.

Bij de boerderij van Oosterink, achter het erf van de familie Nijhof, groeit de onrust onder de Duitsers. Ze laden hun karren vol munitie, spannen paarden voor en trekken richting de Es. Maar ze zijn niet onopgemerkt gebleven. De bommenwerpers cirkelen boven het gebied. Na een aantal verkennende duikvluchten keren ze terug en laten hun bommen vallen.

De klap is verwoestend. Een volgeladen munitiewagen wordt geraakt en smakt tegen een schuilkelder aan. De munitie explodeert. Alles vliegt in brand.

In deze Z-vormige schuilkelder zaten in het korte achterste stuk de heer en mevrouw Elfers, evacués. In het lange gedeelte hadden vijf kinderen van de familie Weenink hun toevlucht gekregen: Mien (21), Ko (17), de tweeling Andre en Rudi (6), en de driejarige Jan. Dicht bij de uitgang zaten de heer en mevrouw Nijhof, met hun dochter Wanda.

Toen de munitiewagen explodeerde en de kelder werd geraakt, volgde een moment van ijzige stilte. Daarna laaide het vuur op.

De heer Nijhof en zijn dochter Wanda wisten zichzelf naar buiten te werken. Mevrouw Nijhof was nog binnen bekneld onder balken. Ze konden haar met moeite bevrijden. Terwijl Wanda bij haar moeder bleef, keerde haar vader terug naar binnen in een poging de anderen te redden. Maar het vuur en het instortende puin maakten dat onmogelijk.

Korte tijd later arriveerde ‘Wim’ Visser, een onderduiker uit Amsterdam. Hij was doornat gemaakt en probeerde nog iemand uit de brandende kelder te redden. Het enige wat hij kon bereiken, was het dode hondje van de familie Elfers. Ontredderd ging hij naar de familie Lubbers van ’t Markerlink, waar de rest van de familie Weenink tijdelijk verbleef.

De heer Weenink, was op dat moment naar zijn eigen huis bij de school gegaan om de situatie in te schatten. Daar waren namelijk Duitse troepen gelegerd. Dominee Klijn, eveneens bij de familie Lubbers, ving de verslagen Wim Visser op. Tragisch genoeg had de familie Weenink hun veertien kinderen juist verspreid ondergebracht uit angst voor bombardementen. De school en het verenigingsgebouw zaten vol met Duitsers, dus ze deden wat ze konden om hun gezin te beschermen. Maar ondanks alles verloren ze op die dag vijf kinderen in één klap.

En alsof het niet tragisch genoeg was: op 8 maart, slechts enkele weken eerder, was hun negentienjarige zoon Wim omgekomen bij een Britse luchtaanval op het Haagse Bezuidenhout in Den Haag. Dominee Klijn liep de heer Weenink op de Markerinkdijk tegemoet om hem het onvoorstelbare nieuws te brengen. Weenink was de eerste dagen totaal van de kaart. Ds. Klijn stond hem bij, met een menselijkheid die diepe indruk maakte op iedereen die erbij was.

De volgende dag hebben buren van de families Weenink en Nijhof de lichamen geborgen. Ze werden opgebaard in de ‘mangelenhutte’ in het bos van Nijhof. De heer en mevrouw Elfers werden van daaruit begraven, de kinderen Weenink vanuit hun ouderlijk huis.

De verslagenheid in Barlo was niet te beschrijven. Wat de dagen van bevrijdingsfeesten hadden moeten zijn, vol oranje en hoop, werden in Barlo overschaduwd door diep verdriet. Een zwarte sluier viel over Barlo.

Sindsdien worden er elk jaar bloemen gelegd bij ons Barlose monument. We herdenken de slachtoffers. We eren de mensen uit Barlo die vochten, die onderdak boden, die leden; en die bleven geloven in een vrije toekomst.

We staan stil bij deze wereld, en alles wat er gaande is, en zeggen tegen elkaar:

Dit mag nooit meer gebeuren!

We hebben ze niet gekend
Ze waren er lang voor ik werd geboren
We hebben ze niet gekend
Alleen maar de verhalen mogen horen
We hebben ze niet gekend
Ze stierven terwijl ze dachten veilig te zijn
We hebben ze niet gekend
Verstopt op de veiligste plek van de streek
We hebben ze niet gekend
Geen enkel woord vertaald de afschuw zoals bleek
We hebben ze niet gekend
De zwarte kracht was sterk en fataal
We hebben ze niet gekend
Wel kennen we een stukje van hun levensverhaal
We hebben ze niet gekend
De geschiedenis van hun verhaal kwam dichterbij
We hebben ze niet gekend
Maar het verhaal van hun dood raakten jou en mij
We hebben ze niet gekend
De afschuw van oorlogsgeweld kwam door hen dichterbij
We hebben ze niet gekend
Het intense verdriet van de zinloosheid van hun sterven…
We hebben zovelen niet gekend
Maar om de zinloosheid te blijven beseffen
We hebben zovelen niet gekend
Maar om hun offer, hun inzet, hun onschuld
Zullen we ze blijven kennen
Zullen we blijven stilstaan in een zekere eerbied gehuld
Ja we hebben ze gekend
Want we kennen en koesteren hun verhalen
We zullen ze jaarlijks in een kort moment herhalen
Want we hebben ze door de verhalen leren kennen
Ja we hebben ze gekend.

Aalten, maart 2025.
Aleid Bongen-Luiten.